Niet zaaien met de zomer in je rug, maar met de zomer in je hoofd
Het is verleidelijk om de opluchting van een paar buien te verwarren met structureel herstel. Maar wie vooruitkijkt, ziet dat droogte geen uitzondering meer is. Twee droge jaren op rij maken duidelijk dat het loont om vooruit te denken. En dus is nú het moment om na te denken over de grasopbrengst van de komende jaren. In september en oktober worden percelen opnieuw in- of doorgezaaid. De keuzes die je dan maakt, bepalen voor een groot deel je ruwvoerzekerheid in droge zomers als deze.
Het voorjaar van 2026 was opnieuw uitzonderlijk droog. Volgens het KNMI viel er in de meteorologische lente gemiddeld slechts 111 mm neerslag, tegenover 148 mm normaal. Vooral april sprong eruit: met slechts 8 mm neerslag was dit een van de droogste aprilmaanden sinds het begin van de metingen. Daarnaast was de lente zeer zonnig en behoorde zij qua temperatuur tot de warmste lentes ooit gemeten.
De droogte zette zich vervolgens voort in de zomer. In juli viel landelijk gemiddeld slechts 17 mm neerslag, terwijl normaal ongeveer 82 mm valt. Daarmee was juli 2026 de op één na droogste julimaand sinds het begin van de metingen. Begin augustus bedroeg het landelijke neerslagtekort al circa 261 mm en kwam recordjaar 1976 opnieuw in beeld.
Ook de gevolgen werden steeds zichtbaarder. Rijkswaterstaat meldde historisch lage rivierafvoeren, lage grondwaterstanden en oplopende watertekorten. Halverwege augustus werd gesproken van een uitzonderlijke droogtesituatie, vergelijkbaar met de droogtejaren 1976 en 2018. In verschillende regio's liep het neerslagtekort op tot meer dan 400 mm.
Grasmengselkeuze maakt het verschil
Bij de keuze voor maiszaad wordt vaak kritisch gekeken naar opbrengst, resistentie en voederwaarde. Bij gras gebeurt dat veel minder, terwijl kuilgras en vers gras samen het grootste deel van het ruwvoerrantsoen vormen. Grasland moet bovendien meerdere jaren mee kunnen en bepaalt in grote mate de opbrengst en kwaliteit van het ruwvoer.
Toch geven veehouders bij herinzaai nog vaak carte blanche aan de loonwerker en wordt een eigenschap als droogtetolerantie zelden meegenomen, simpelweg omdat het op het moment van zaaien vaak (nog) niet droog is. Maar twee droge jaren op rij laten zien dat droogte geen incidenteel probleem meer is. Het juiste graszaadmengsel kan een groot verschil maken in droge jaren. En dat verschil begint onder én boven de grond.
Diepe wortels, minder verdamping
Grassen verschillen sterk in hun vermogen om droogte te weerstaan. DLF selecteert grassoorten in proeven met peilbuizen en camera’s op worteldiepte. Sommige soorten wortelen tot wel één à twee meter diep en bereiken daarmee bodemvocht dat voor andere soorten onbereikbaar blijft.
Ook bovengronds maakt het verschil: grassen met een waslaagje of het vermogen om huidmondjes te sluiten verliezen minder vocht via verdamping. Ze groeien minder hard in stressomstandigheden, maar overleven wél.
Raaigras PLUS: opbrengst én zekerheid
Rietzwenkgras staat bekend om zijn droogtetolerantie, maar scoort minder goed op verteerbaarheid. Engels raaigras is juist uitstekend verteerbaar, maar minder droogtetolerant. In Raaigras PLUS zijn de beste eigenschappen van beide gecombineerd: de diepe beworteling van rietzwenk met de voederkwaliteit van Engels raaigras. Het resultaat is een hoogproductieve soort die ook in droge periodes blijft groeien.
Let op: Raaigras PLUS is alleen geschikt voor maaien (niet voor beweiden) en vraagt een minimale maaihoogte van acht centimeter. Geschikte mengsels zijn bijvoorbeeld StructoMax en PowerMax.
Kruiden en klavers voor zomerproductie
Wie zijn grasland droogtetoleranter wil maken, doet er goed aan om ook te kijken naar vlinderbloemigen en kruiden. Waar gras namelijk vooral goed groeit in het voorjaar, komen klavers en kruiden juist in de zomer tot hun recht, precies wanneer gras een groeidip kent. Ze vullen elkaar dus uitstekend aan.
Een praktisch voorbeeld is het mengsel MultiMax, dat speciaal is ontwikkeld voor productie bij een lage stikstofgift. Het bevat grassen met sterke voorjaarsgroei én droogtetolerante kruiden en vlinderbloemigen zoals smalle weegbree, cichorei en witte en rode klaver.
Droogtetolerantie begint bij het juiste mengsel
De zomer van 2026 heeft opnieuw laten zien hoe kwetsbaar grasland kan zijn tijdens langdurige droogte. Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker dat percelen die ook onder droge omstandigheden blijven produceren geen toeval zijn. Ze zijn het resultaat van doordachte keuzes bij de herinzaai.
Met droogtetolerante mengsels zoals StructoMax en PowerMax, aangevuld met klavers of kruiden, bouw je aan structurele ruwvoerzekerheid. Of het nu een droog of nat jaar wordt, droogtetolerante mengsels bieden de beste garantie voor een stabiele ruwvoeropbrengst. Ze presteren niet alleen onder stressomstandigheden, maar ook in jaren met normale groeiomstandigheden.
Wie dit najaar gaat herinzaaien, doet er verstandig aan de lessen van de afgelopen twee seizoenen mee te nemen. Grasland wordt gezaaid zodra de bodem weer voldoende vocht bevat, maar dat moment zegt weinig over de omstandigheden later in het seizoen. Laat droogtetolerantie daarom meewegen in de mengselkeuze, zodat je volgend jaar beter voorbereid bent op een droge zomer.