BCA 1
Hoogste resistentie tegen bietencysteaaltjes. Vermindert de populatie van bietencysteaaltjes met 90% of meer.
Op zand- en lössgrond moet er na maïs een vanggewas de grond in, uiterlijk 1 oktober, en het moet blijven staan tot minimaal 1 februari. Voor melkveehouders op klei en veen in een NV-gebied is er dit jaar wel iets veranderd: die verplichting hing aan de derogatievergunning en is met het einde van de derogatie per 2026 vervallen. Daarmee is het voor een groeiende groep melkveehouders een vrije keuze geworden. En juist dan is de vraag interessant: wat levert dat vanggewas je eigenlijk op?
Na de maïsoogst kan een perceel verschillende kanten op. Misschien wil je in het voorjaar één snede ruwvoer oogsten en daarna opnieuw maïs zaaien. Misschien moet of wil je het perceel langer uit de maïsteelt halen. Of ligt de nadruk juist op organische stof, beworteling en bodemstructuur. De juiste keuze begint daarom niet bij het mengsel, maar bij de vraag: wat wil je komend seizoen met het perceel doen?
Een vanggewas na de mais kan bijdragen aan het vastleggen van stikstof en koolstof, het verbeteren van de bodemstructuur en het aanvullen van organische stof. Voor veel melkveehouders speelt daarnaast de vraag hoe een vang- of rustgewas ook kan bijdragen aan de ruwvoerproductie. Een vanggewas dat naast zijn bodemeffecten ook voederwaarde levert, biedt dan extra voordelen.
De keuze voor de juiste groenbemester is belangrijk voor een gezonde en vitale bodem. Maar ieder perceel is anders en veel factoren wegen mee bij het maken van de juiste keuze. Thomas van Tetering van DLF vertelt meer over de verschillende mogelijkheden en reikt handvaten aan. “Denk hierbij vooral goed vooruit”
Heb je een vraag? Neem dan contact met ons op, we helpen je graag!