Beheer van kruidenrijk grasland: waar moet je op letten?

Bij goed beheer geeft kruidenrijk grasland een hoge opbrengst en kwalitatief, mineraalrijk ruwvoer. Het vraagt wel om andere keuzes dan een standaard grasland bij het beweiden, maaien en bemesten. We zetten de belangrijkste aandachtspunten op een rij.

Beweiden

Roterend beweiden draagt meer bij aan de kwaliteit en standvastigheid van kruidenrijk grasland dan continu beweiden. Geef het vee voor een beperkte tijd toegang tot een perceel, zo'n één tot drie dagen, zodat het niet selectief de smakelijkste soorten wegvreet en de diversiteit behouden blijft. Plan daarna een ruime rustperiode van 21 tot 28 dagen in, zodat het grasland kan herstellen. Regelmatig beweiden stimuleert bovendien de klavers in het grasland.

Maaien

Voor een productief kruidenrijk grasland geldt: maai tijdig en laat het gewas niet doorschieten. Vanaf het moment dat er bloeiwijzen verschijnen, nemen de voederwaarde en de verteerbaarheid af. Houd een maaihoogte van minimaal 7 tot 8 cm aan; kruiden en klaver hergroeien anders dan gras en moeten daarom wat hoger gemaaid worden om snel weer op gang te komen. Bij een mengsel dat vooral op biodiversiteit is gericht, kies je juist voor extensiever maaibeheer (maximaal drie keer per jaar) en laat je het gewas eerst tot bloei komen.

Bemesten

De vlinderbloemigen leveren de stikstof, dus houd hun aandeel stabiel op 20 tot 30 procent. Te veel stikstof bevoordeelt het gras en drukt de klavers en kruiden weg. Een lage stikstofgift in het voorjaar (maximaal 60 procent van de normale gift voor de eerste en tweede snede) kan nuttig zijn om gras en kruiden te voeden voordat de vlinderbloemigen hun stikstofbinding op gang brengen. Een alternatief is drijfmest: 25 m³/ha in het vroege voorjaar en 15 m³/ha na de tweede snede, geef daarna geen stikstof meer. Bemest kali en fosfaat afhankelijk van de beschikbaarheid in de bodem.

Onkruid beheersen

Een goed ingezaaide, dichte zode laat weinig ruimte voor onkruid; de gewenste soorten benutten het beschikbare licht, ruimte en vocht. Toch kan onkruid zich vestigen in de inzaaiperiode of op beschadigde plekken. Bestrijd dan pleksgewijs, want volvelds bestrijden is niet mogelijk zonder ook de gewenste kruiden en klaver te raken. Moderne spotsprayers herkennen onkruiden per plant en behandelen ze gericht, wat middelen bespaart en de rest van het perceel spaart.

Standvastigheid en bijsturen

Hoe lang een kruidenrijk grasland meegaat, verschilt per soort. Bij goed beheer houd je de grassen en witte klaver zo'n 7 tot 10 jaar in de zode; voor rode klaver en de meeste kruiden is dat ongeveer 3 tot 4 jaar. Beoordeel elk najaar de zode, het aandeel klaver en kruiden en de open plekken, en stuur tijdig bij met bijzaai of aangepast beheer.