Met klaver en snijrogge de droogte te slim af
Hoe ga je als melkveehouder om met droge perioden? En welke gewas- en raskeuze helpen om grasland productief te houden tijdens een periode met weinig neerslag? Ruwvoerspecialist Christiaan Bondt en melkveehouder Wout Vinken maken samen een rondje door het land.
Steeds vaker krijgen melkveehouders te maken met langdurige droogte. Wout Vinken koos daarom voor een ander bouwplan met grasklaver, rogge en mais. Het resultaat: een hogere ruwvoeropbrengst, minder kunstmest en een bedrijf dat beter bestand is tegen extreme zomers.
Het is de laatste week van juni, de week van de hittegolf. Op de radio wordt gewaarschuwd voor code rood en binnenblijven, met naderende temperaturen van 40 graden Celsius. Desondanks staan de grasklaverpercelen van melkveehouder Wout Vinken (42) in het Brabantse Landhorst er florissant bij. Morgen gaat hij alles maaien, de derde snede alweer. En nu loopt hij met zijn ruwvoerspecialist Christiaan Bondt van DLF nog even door het gewas.
‘Ik kan niet anders zeggen dan dat hier lekker sappige grasklaver staat, met een mooie gelijkmatige verdeling van witte en rode klaver. Zo zien we het graag’, zegt Bondt. ‘Het was vóór de hittegolf mooi groeizaam weer, hoog tijd om te maaien’, constateert Vinken.
Meer gras en minder mais
Jarenlang teelde vof Vinken vooral mais op de 45 hectare land die het bedrijf tot z’n beschikking heeft. Maar dat is aan het veranderen. Het melkveebedrijf met 115 koeien en rond de 40 stuks jongvee is hard op weg naar een verhouding van 50 procent grasteelt en 50 procent maisteelt. De nieuwe regelgeving rondom maisteelt en de inzet van rustgewassen dwingen het bedrijf in die richting. Ook is het qua bedrijfsvoering aan het veranderen. ‘We willen meer gras gaan voeren om vervetting van de koeien tegen te gaan’, vertelt Vinken.
Wat ook speelt: grasteelt past goed in de samenwerking die de vof heeft met een akkerbouwer. Ze ruilen elk jaar land uit en denken samen na over het ideale bouwplan voor de gewassen aardappelen, mais en gras. ‘Er komt meer gras, maar het gras land wordt hier nooit heel oud, meestal wordt het omwille van de aardappeleelt na vier jaar weer gescheurd’, vertelt Vinken.
Helft van bedrijf nu grasklaver
Vorig jaar stond er op 12 van de 45 hectare grasklaver, dit jaar wordt 23 hectare beteeld met grasklaver. ‘Sinds twee jaar heb ik alle grasland in de grasklaver’, vertelt Vinken. Dat kwam zo: de onafhankelijk voeradviseur Jaap van Zwieten van Dairy Consult zette hem op het spoor van ruwvoerteeltspecialist Christiaan Bondt van DLF. Met als doel om maximale mais- en graskwaliteit te realiseren in de wisselteelten op droge zand grond. ‘Toen ik hier kwam, hadden ze al eens wat gedaan met klaver. En omdat ze veel land ruilen met akkerbouwers, heb ben ze veel kortdurend grasland en al jaren geen derogatie, dus strakke mestnormen’, vertelt Bondt. Net als Jaap van Zwieten is hij enthousiast over rode klaver.
Al sparrend puzzelden ze naar een bouwplan waarin aardappelen, mais en grasklaver elkaar zo efficiënt mogelijk afwisselen. Bondt kwam met het idee om rogge en meer klaver aan het bouwplan toe te voegen. ‘De klaver zorgt voor meer stikstof bij krappe mestnormen en kan beter tegen droogte’, legt hij uit. ‘En met de combinatie van rogge met mais haal je op droogtegevoelige zandgrond de hoogst haalbare drogestofopbrengst.’
Combinatie mais en rogge levert wat op
Vinken vertelt dat de combinatie rogge en mais ‘loopt als een tierelier’. ‘Afgelopen september oogstten we op 23 hectare ge middeld 17 ton droge stof aan mais, daarna zaaiden we op die percelen rogge.’ De rogge is niet alleen groenbemester, maar wordt ook gebruikt als koeienvoer. Het gewas ging dankzij het groeizame najaar lang de winter in, waardoor ze op deze perce len al snel konden bemesten. Dat werd spaakwielbemesting met vloeibare stikstof.
Op 8 april werd op deze percelen ruim 3,5 ton ton droge stof per hectare aan rogge geoogst. ‘Deze hakselen we en kuilen we apart in’, vertelt Vinken. De rogge wordt een kwartaal lang aan de koeien gevoerd, als 100 procent vervanger van gras. ‘Feite lijk voeren we drie kwartalen grasklaver en een kwartaal rogge. Van beide geven ze goed melk.’ Bondt vindt dat niet verwon derlijk. Hij pakt de cijfers er even bij. ‘Rogge heeft op dit bedrijf een ruw eiwit van 170, een verteerbaarheid van 79,4 en ruim 938 vem. Dus je hebt hier gewoon serieus goed ruwvoer, dat op veel fronten te vergelijken is met gewoon gras.’
Na de roggeoogst kwam er weer mais op de percelen. Deze wordt in september geoogst, dan komt er weer snijrogge in, gevolgd door aardappelen. ‘Voorheen zaaiden ze op dit bedrijf voornamelijk puur gras. Maar op deze grond blijf je dan aan het beregenen en aan het kunstmest strooien. Nu alles in de grasklaver staat, is het bedrijf veel beter gewapend tegen de droogte’, is de overtuiging van Bondt. ‘Zodra de thermometer boven de 23 graden komt, is Engels raaigras klaar met groeien. Rode klaver groeit nog door tot 40 graden Celsius.’
Wapens op droogtegevoelige grond
De koeien op het bedrijf van Vinken blijven jaarrond op stal. Alle percelen worden gemaaid. Op de percelen staat dan ook een mengsel 70 procent rode en 30 procent witte klaver. In het mengsel zit verder diploïde en tetraploïde Engels raaigras en timothee. In het bouwplan is overwogen om eiwitrijke luzerne toe te voegen. Maar uiteindelijk paste dat niet goed. Toch slui ten Vinken en Bondt niet uit dat dit in de toekomst alsnog gebeurt. ‘In het bouwplan is het voor een veehouder ideaal om mais te zetten na gras, dan hoef je eigenlijk geen drijfmest te geven en kun je wat meer mest opsparen voor het gras. En dat is met luzerne ook zo’, zegt Bondt.
De eerste twee sneden leverden respectievelijk 3,5 en 3 ton drogestofopbrengst op. Hij hoopt dit jaar minimaal vijf sneden grasklaver van het land te halen. ‘Het is nu nog niet nodig geweest, maar waar nodig, zet ik elektrisch aangestuurde bere gening in’, zegt Vinken. Vorig jaar werd de mais vier en op sommige percelen vijf keer van water voorzien. ‘Beregening, grasklaver, maar uiteindelijk ook de teelt van mais, een gewas dat minder water nodig heeft, zijn op dit bedrijf de wapens tegen droogte. En uiteindelijk geldt dat ook voor de rogge, want daardoor wordt maximaal gebruikgemaakt van het vocht dat in de winter valt en je anders kwijt bent.’
Maximaal melk uit ruwvoer maken
Maximaal melk produceren uit ruwvoer is het doel van Vinken. De melk gaat naar FrieslandCampina en de productie ligt gemiddeld rond de 11.000 kilo per koe per jaar, met ongeveer 4,60 procent vet en 3,60 procent eiwit. Hij investeerde dit na jaar in nieuwe kuilopslag, waardoor hij nu elk gewas solitair kan opslaan: een silo voor de rogge, een silo voor het gras en een silo voor de mais. Ook stelt het hem in staat om lasagne kuil te maken, voor minder wisselingen in rantsoen. Het voer in de mengwagen bestaat uit mais, grasklaver óf rogge en losse grondstoffen, op dit moment sojahullen, fijngemalen gerst en een raap-sojamengsel. Dit wordt aangevuld met maximaal 4 kilo krachtvoer per koe in de automaat. Vinken is content met de grasklaver in het rantsoen, die goed verteerbaar is, lekker melkt en ervoor zorgt dat er bespaard kan worden op eiwitaan koop. ‘Hoe meer ik zelf kan telen, hoe minder ik hoef aan te kopen.’ Bondt: ‘Het aandeel ruwvoer in het totale rantsoen zit op dit bedrijf op 70 procent. Dat is best goed.’