Heeft smalle weegbree een vergelijkbare opbrengst en voederwaarde als Engels raaigras?
Smalle weegbree in een graslandmengsel, voor veel melkveehouders klinkt dat onwennig. We vragen ruwvoerspecialist Christiaan Bondt van DLF naar het waarom achter het veredelde ras AgritaiN. "Het beeld dat veel veehouders hebben van weegbree komt uit de berm," zegt Bondt. "Dat is een plant die plat op de bodem groeit, meer een onkruid dan een voergewas. AgritaiN is een heel andere plant. Het blad is 4 tot 5 centimeter breed, groeit rechtop en wordt net zo lang als gras. Daardoor is het goed maaibaar en goed begraasbaar, en levert het per vierkante meter veel oogstbare bladmassa op."
Vergelijkbaar met Engels raaigras
Volgens Bondt komt AgritaiN qua opbrengst en kwaliteit goed mee met Engels raaigras. "De opbrengst is vergelijkbaar, de verteerbaarheid is goed en koeien eten het graag. Tot de laatste stengel, voeg ik er altijd aan toe. Na maaien of weiden groeit het gewas ook weer snel uit."
Toch zijn er volgens Bondt wel rasverschillen binnen smalle weegbree. "Meer wilde typen zijn over het algemeen minder verteerbaar dan veredelde rassen. AgritaiN is daarop ontwikkeld: de voederwaarde en opbrengst zitten op het niveau van Engels raaigras."
Eiwit komt beter tot zijn recht
Een van de meest opvallende eigenschappen van AgritaiN zit volgens Bondt in hoe het gewas omgaat met eiwit. "Het bevat van nature gecondenseerde tannines, die eiwit als het ware bestendiger maken, zowel in de koe als in de kuil. Dat betekent dat het eiwit in het rantsoen beter wordt benut en minder verloren gaat via de urine. Voor veehouders die sturen op eiwitefficiëntie, of die de afhankelijkheid van aangekocht eiwit willen verminderen, is dat een concreet voordeel."
Minder stikstofverlies uit urineplekken
Dat eiwiteffect heeft volgens Bondt ook gevolgen voor de stikstofkringloop. "Een weidende koe graast zo'n 140 vierkante meter en urineert op een plek van 3 vierkante meter. De stikstofconcentratie op zo'n plek kan oplopen tot 400 à 600 kilo per hectare, veel meer dan het gras kan opnemen. Dat overschot spoelt weg naar het grondwater."
AgritaiN pakt dit volgens Bondt aan via effecten in zowel de koe als de bodem. "In de koe zorgt het er allereerst voor dat koeien vaker en in kleinere hoeveelheden urineren. Ze drinken ook wat meer, zonder meer te eten. Dat verdunt de stikstofconcentratie in de urine en verspreidt het over een groter oppervlak. Daarnaast wordt eiwit uit het rantsoen efficiënter benut, waardoor koeien bij een gelijke eiwitopname minder stikstof via de urine uitscheiden dan bij een rantsoen op basis van raaigras en witte klaver."
In de bodem werkt het gewas volgens Bondt op een vergelijkbare manier door. "AgritaiN vertraagt de omzetting van ammonium naar nitraat, waardoor planten stikstof over een langere periode kunnen opnemen. De wortels remmen het nitrificatieproces extra af, waardoor stikstof langer beschikbaar blijft als ammonium voor gewasgroei en minder snel uitspoelt als nitraat naar het grondwater."
Uit onderzoek dat DLF heeft laten uitvoeren, blijkt het effect aanzienlijk te zijn. "In een beweidingssysteem kan de reductie in stikstofuitspoeling oplopen tot 89 procent ten opzichte van een standaardsysteem met gras en klaver. Op maaipercelen zien we een reductie van circa 45 procent, mede doordat de wortel ook daar nitrificatieremmend werkt."
Past bij strengere mestregels
Met de aanscherping van de mestregels, minder ruimte voor dierlijke mest, strengere normen in NV-gebieden en het wegvallen van de derogatie, wordt elke kilo stikstof die niet uitspoelt waardevoller. "AgritaiN helpt die stikstof beter vast te houden," zegt Bondt. "Wij zetten het in binnen kruidenrijke graslandmengsels met Engels raaigras of timothee, rode en witte klaver en cichorei. Klaver bindt zelf stikstof uit de lucht, 150 tot 250 kilo per hectare per jaar, waardoor de behoefte aan stikstofbemesting afneemt."
Fabel of feit?
De conclusie van Bondt is duidelijk: de stelling dat smalle weegbree qua opbrengst en voederwaarde gelijk is aan Engels raaigras, is een feit. "Eigenlijk verbaast het me dat kruidenrijke mengsels in Nederland nog niet meer opgang vinden," besluit hij. "De voordelen voor de boer zijn concreet, en de regelgeving beweegt precies die kant op."