Is het inkuilen van kruidenrijk grasland gelijk aan dat van regulier raaigras?
Wie kruidenrijk grasland inkuilt zoals hij gewend is met regulier raaigras, kan voor verrassingen komen te staan. We vragen ruwvoerspecialist Christiaan Bondt van DLF wat er precies verschilt, en wat dat in de praktijk betekent.
"Het is niet juist dat je het op dezelfde manier kunt aanpakken," zegt Bondt. "Door de toevoeging van kruiden en klavers ontstaat een ander product dan een standaard raaigraskuil. Klavers hebben bijvoorbeeld een bufferende werking op de pH, waardoor die minder snel daalt. Daarnaast drogen sommige kruiden en klavers anders dan gras, waardoor een perceel natter kan zijn dan je zou verwachten. En meer stengelige of stokkerige kruiden kunnen bij onvoldoende snijden of hakselen leiden tot een slechtere verdichting, met een groter risico op broei en schimmelvorming."
Toch is dat volgens Bondt geen reden om kruidenrijk grasland te mijden bij het inkuilen. "Het is prima in te kuilen en biedt vaak duidelijke voordelen, zoals het effect van PPO in klaver. Het vraagt alleen om een aangepaste aanpak."
Waarom inkuilen?
Bondt legt uit waarom inkuilen voor de meeste bedrijven de meest praktische methode is. "Om jaarrond over kwalitatief goed ruwvoer te beschikken, moet je tijdens het groeiseizoen voldoende gras winnen en conserveren voor de periode waarin geen vers gras beschikbaar is. Daarbij is het belangrijk om het product zo dicht mogelijk bij de kwaliteit van vers gras te houden."
"Vroeger werd gras voornamelijk gehooid, maar daarvoor heb je minimaal een week stabiel en droog weer nodig. In de praktijk is dat vaak niet haalbaar, waardoor het gewas niet altijd op het optimale moment wordt geoogst of onvoldoende droog de bewaring in gaat. Dat leidt onvermijdelijk tot verlies aan voederwaarde. Er zijn in Nederland enkele hooi-drooginstallaties, maar voor veel bedrijven is dat niet de meest praktische of rendabele oplossing."
"Inkuilen is daarom in de praktijk het meest gebruikte systeem. Het geoogste voer wordt samengereden op een kuilplaat of in een sleufsilo en luchtdicht afgedekt met plastic. Het is een anaerobe, dus zuurstofloze, bewaringsmethode. Tijdens dit proces worden suikers omgezet in melkzuur, waardoor de pH daalt en het product stabiliseert. Zolang het voer luchtdicht blijft opgeslagen, kan het gedurende langere tijd goed worden bewaard."
Het maaimoment
Volgens Bondt begint het verschil met regulier grasland al bij de oogst. "Als vuistregel geldt dat het gewas bij voorkeur zo min mogelijk bloeiwijzen bevat, want vanaf dat moment nemen zowel de voederwaarde als de verteerbaarheid af. Het idee dat kruidenrijk grasland eenmaal per jaar moet bloeien om persistenter te worden, is een hardnekkig misverstand dat in de praktijk kostbaar kan uitpakken."
Ook de maaihoogte verschilt. "Bij een perceel met uitsluitend gras is een maaihoogte van 6 tot 7 centimeter doorgaans voldoende. Bij kruidenrijk grasland raden we minimaal 8 centimeter aan. Dat hangt samen met het feit dat kruiden en klaver op een andere manier hergroeien dan gras. Na het maaien is het gewenst dat de stoppel nog groen is, zodat de fotosynthese kan doorgaan en de hergroei sneller op gang komt."
Daarnaast speelt het proces van proteolyse direct na het maaien een rol, legt Bondt uit. "Dan wordt eiwit afgebroken en wordt de basis gelegd voor een hogere ammoniakfractie in het voer. Dat is iets om in het achterhoofd te houden bij de verdere verwerking."
Het schudden
Bij het schudden zit volgens Bondt een belangrijk verschil in hoe kruiden en klavers drogen. "Om het gewas sneller en gelijkmatiger te laten drogen, wordt het vaak één of meerdere keren geschud. Dat draagt alleen bij aan een effectief droogproces als er voldoende drogende omstandigheden zijn, zoals zon en wind. Bij vochtig of niet-drogend weer heeft schudden weinig toegevoegde waarde en kan het beter achterwege blijven."
"Het verschil met een perceel met uitsluitend gras is dat kruiden en klavers anders drogen. Rode klaver moet het vocht bijvoorbeeld vooral via de bladeren verdampen. Dan kan het zinvol zijn om ongeveer een uur na het maaien een eerste keer te schudden, zodat de bladeren gunstig liggen voor een snelle verdamping. Kruidenrijk gras heeft over het algemeen een langere droogtijd en wordt daardoor minder snel te droog."
Toch waarschuwt Bondt voor te grof schudden. "Een te hoog toerental van de schudder kan leiden tot bladverlies of beschadiging van de kruiden. Dat risico neemt toe naarmate het gewas droger is."
Het harken
Ook bij het harken is zorgvuldigheid volgens Bondt belangrijk. "Het is belangrijk dat er geen grond wordt meegenomen, terwijl er tegelijkertijd zo min mogelijk gewasresten op het land achterblijven. Het zwad moet zo gevormd worden dat je tijdens het oprapen of hakselen geen onnodige extra bewerkingen nodig hebt, zoals draaien of keren. Na het harken droogt het gewas doorgaans nog verder na, dus harken maakt nadrukkelijk deel uit van het droogproces."
"De huidige klavers en de meeste productieve kruiden hebben relatief grote bladeren, waardoor ze zich over het algemeen goed laten harken. Maar als de bodem of het gewas erg vochtig is, kunnen die grotere bladeren gemakkelijker gronddeeltjes meenemen. In zulke omstandigheden kan een bandhark uitkomst bieden."
Het advies samengevat
Bondt vat het praktische advies samen in vier punten. "Haksel altijd, of snijd het gewas voldoende kort. Streef naar een drogestofgehalte van 35 tot 45 procent. Gebruik bij voorkeur altijd een geschikt inkuilmiddel. En zorg voor voldoende gewicht en een goede verdichting op de kuil."
Fabel of feit?
De conclusie van Bondt is helder: de stelling dat inkuilen van kruidenrijk grasland gelijk is aan dat van regulier raaigras, is een fabel. "Het is een ander product, en dat vraagt om een aangepaste aanpak. Wie die aanpak toepast, kuilt kruidenrijk grasland net zo goed in als regulier raaigras, met als kuilresultaat een product van vergelijkbare of betere kwaliteit."