Is onkruidbestrijding nog een probleem in kruidenrijk grasland?

Eén van de meest gehoorde bezwaren tegen kruidenrijk grasland is de angst voor onkruid. Het probleem zit niet in de kruiden die je zelf inzaait, dat zijn functionele, productieve gewassen. Het zit in de onkruiden die je niet hebt gezaaid: hoe houd je die in de hand zonder dat je daarbij ook de waardevolle kruiden in je mengsel raakt? We vragen het ruwvoerspecialist Christiaan Bondt van DLF. "Die zorg is begrijpelijk," zegt Bondt, "maar in de praktijk valt het mee. En daar is een goede reden voor."

Een dichte zode laat geen ruimte

"Een goed ingezaaid, dicht kruidenrijk mengsel laat weinig ruimte voor onkruid," legt Bondt uit. "De combinatie van grassen, klaver en kruiden vormt een gesloten zode die onkruid van nature verdringt. Licht, ruimte en vocht worden volledig benut door de gewenste soorten. Onkruiden hebben een kiembed nodig, en dat biedt een dichte zode simpelweg niet."

Dat betekent niet dat onkruidbestrijding helemaal verleden tijd is, nuanceert Bondt. "In de inzaaiperiode, als de zode zich nog moet sluiten, is er wel kans op onkruidvestiging. En op beschadigde plekken, bij rijsporen, kale vlekken of vertrapping, kan onkruid zich tijdelijk vestigen. Maar dat geldt voor elk grasland, niet specifiek voor kruidenrijk grasland."

Spotsprayers: gericht ingrijpen

Als ingrijpen toch nodig is, ziet Bondt vooral kansen in nieuwe technologie. "Traditioneel wordt onkruid bestreden met breedwerkende combinaties van groeistoffen, waarbij uiteindelijk alleen het gras overblijft. Maar die techniek heeft zich sterk ontwikkeld. Met moderne spotsprayers kunnen onkruiden tegenwoordig per plant worden herkend en plaats specifiek worden behandeld. Daardoor blijft de rest van het perceel, inclusief kruiden en klaver, zoveel mogelijk behouden."

Naast het behoud van de gewenste soorten levert dat volgens Bondt ook een flinke besparing op. "Je gebruikt aanzienlijk minder middel. En op dit moment geldt hiervoor binnen het GLB ook nog een ecoregeling, wat een extra stimulans is."

Let op bij gewasherkenning

Toch is een kanttekening op zijn plaats, vindt Bondt. "De techniek ontwikkelt zich snel, en bij relatief nieuwe machines is de gewasherkenning nog niet altijd optimaal. Wie hiermee aan de slag wil, doet er verstandig aan zich goed te laten informeren door de loonwerker. Het zou zonde zijn als klaver en gras behouden blijven, maar cichorei onbedoeld wordt geraakt omdat de bladbreedte sterk lijkt op dat van bijvoorbeeld zuring."

Fabel of feit?

De conclusie van Bondt is duidelijk: de stelling dat onkruidbestrijding niet langer een probleem is in kruidenrijk grasland, is een feit. "Een goed beheerd kruidenrijk perceel heeft minder onkruidproblemen dan veel veehouders verwachten," besluit hij. "De nuance is wel dat goed beheer de sleutel blijft."