Hoe goed is jouw grasland? Een stappenplan voor de praktijk

Een groen perceel ziet er op het oog prima uit — maar dat betekent niet dat het grasland in optimale conditie is. De botanische samenstelling vertelt het echte verhaal. Als het aandeel goede grassen daalt en onkruiden en mindere grassoorten de vrijgekomen ruimte opvullen, gaan grasopbrengst en voederwaarde achteruit. En dat raakt direct de rentabiliteit van je melkproductie. Controleer je grasland elk voorjaar en najaar aan de hand van onderstaande vragen. Zo weet je of doorzaaien, gerichte maatregelen of herinzaaien de beste vervolgstap is.

Stappenplan: beoordeel de conditie van je grasland

1. Zijn er open plekken?

Loop het perceel in en schat het percentage open plekken. Een praktische vuistregel: één hand in een vlak van 40 x 40 cm staat voor circa 15% openheid. Zijn er op perceelsniveau meer dan 10% open plekken? Dan is ingrijpen aan te raden.

2. Is er vraatschade door ongedierte?

Controleer op zichtbare schade door mollen, muizen of ganzen. Vraatschade en gangen in de zode creëren open plekken die snel worden ingenomen door onkruiden en slechte grassen.

3. Hoe hoog is de onkruiddruk? Beoordeel de aanwezigheid van onkruiden zoals ridderzuring.

Let op: als er klavers of kruiden in het perceel zijn gezaaid, is een volveldse bespuiting niet meer mogelijk — gebruik dan een spotsprayer. Bij een perceel met uitsluitend grassen kan een volveldse bespuiting in sommige gevallen nog worden toegepast. Houd er rekening mee dat sommige gewasbeschermingsmiddelen de kieming van graszaad kunnen beïnvloeden; wacht na een bespuiting voldoende lang voordat je doorzaait.

4. Hoeveel kweek staat er in het perceel?

Kweek is een hardnekkige grassoort die moeilijk te bestrijden is. Kweek herken je aan: gerold jongste blad, lange en smalle stengelomsluitende oortjes, zeer kort tongetje, bleekgroene kleur met fijn getande rand, ruwe aanvoeling en sterk geur bij bladbeschadiging. Twijfel je? Steek een plant uit; kweek heeft ondergrondse uitlopers. Staat er meer dan 20% kweek op het perceel? Dan is doorzaaien onvoldoende.

5. Hoe groot is het aandeel ruwbeemd en straatgras?

Beide soorten zijn landbouwkundig minderwaardige grassen die de opbrengst en voederwaarde drukken. Ruwbeemd groeit graag op nattere percelen en lijkt op Engels raaigras, maar heeft geen rood/paars voetje en een sterk glanzende bladonderzijde.
Straatgras is te herkennen aan het dof en golvende blad en bloeit het hele jaar. Is het aandeel van deze soorten samen meer dan 25%? Dan is actie nodig.

6. Wat is het aandeel goede grassen?

Maak een globale inschatting van het percentage landbouwkundig waardevolle grassen op het perceel. Goede grassen zijn onder andere: Engels raaigras, timothee, festulolium, veldbeemd, Italiaans raaigras en beemdlangbloem. Slechte grassen zijn: ruwbeemd, straatgras, kweek, witbol en vossenstaart.
Let op: in de praktijk valt het aandeel goede grassen vaak lager uit dan verwacht. Is het aandeel goede grassen 70% of hoger? Dan is de basis goed.

7. Hoe is de afwatering?

Slechte ontwatering is te herkennen aan plassen water op het perceel of een trage afvoer van regenwater (langer dan 24 uur). Vermoed je een storende laag in de bodem? Duw een scherpe pin in de grond; daar waar de weerstand groot wordt, zit de storende laag. Een slechte afwatering beperkt de grasgroei en vergroot de kans op een slechte botanische samenstelling.

8. Wat is de pH-waarde van de bodem?

Een te lage pH remt de opname van mineralen en daarmee de grasgroei. De gewenste waarden per grondsoort zijn: kleigrond >5,8; zandgrond 5,0–5,8; veengrond 5,0–6,0. Een bodemanalyse geeft hier nauwkeurig inzicht in. Valt de pH binnen de gewenste waarden?

9. Wat is de bemestingstoestand?

Heb je recent een bodemanalyse laten uitvoeren? Controleer dan of de bemestingswaarden binnen de gewenste ranges vallen. Heb je geen recente analyse? Sla deze vraag dan over en overweeg een analyse te laten uitvoeren als je vaker twijfelt aan de productiviteit van een perceel.

Wat is de score van jouw perceel?

Tel het aantal vragen waarop je gunstig antwoordde. Je kunt maximaal 9 punten behalen.

Score 7-9

Je grasland is in goede conditie. Blijf jaarlijks onderhouden met doorzaaien om kwaliteit en productiviteit op peil te houden.

Score 4-6

Je grasland is in matige conditie. Doorzaaien heeft kans van slagen. Pak de knelpunten gericht aan en zaai bij met kwaliteitsrassen.

Score 0-3

Je grasland is in slechte conditie. Doorzaaien biedt onvoldoende resultaat. Overweeg doodspuiten en het perceel opnieuw inzaaien.

Doorzaaien of herinzaaien?

Scoort je perceel matig of goed, dan loont doorzaaien. De ruimte die vrijkomt na de aanpak van onkruiden en slechte grassen kan worden opgevuld met nieuwe kwaliteitsgrassen. Zelfs bij een goed grasland is jaarlijks doorzaaien met circa 10 kg graszaad per hectare aan te raden; het houdt de kwaliteit, productiviteit en levensduur van het grasland op peil, zonder de bodem te verstoren of organische stof te verliezen zoals bij herinzaaien het geval is.

Scoort je perceel onvoldoende? Dan is herinzaaien de betere keuze. Doodspuiten, scheuren en opnieuw inzaaien geeft een frisse start met nieuwe rassen voor een hogere opbrengst en voederwaarde.

Het juiste mengsel: DoorzaaiMax ProNitro

Voor doorzaaien heb je een mengsel nodig dat snel kiemt, de concurrentie met het bestaande grasland aankan en doorgroeit tot een stevige grasplant. DoorzaaiMax ProNitro is speciaal voor dit doel ontwikkeld. Het bestaat uit de beste diploïde en tetraploïde rassen Engels raaigras. Het diploïde graszaad is voorzien van ProNitro-coating: een innovatieve stikstofcoating met watermanagementtechnologie, die de opname van nutriënten en vocht door het kiemplantje verbetert. Resultaat: tot 34% meer kiemplanten groeien uit tot een volwassen grasplant.